Blij in lijdenstijd? (1)

Op zondag ‘laetare’ worden we opgeroepen om ons te verheugen met Jeruzalem.

Zondag 10 maart 2024

Laetare

Wees, Sion, om Gods recht verheugd (Ps. 48:4 GK).

Vandaag wordt de donkere kleur paars even omgeruild voor roze. Een feestzondag halverwege de lijdenstijd. De naam van deze zondag nodigt ons uit om ons te verheugen (laetare) over Jeruzalem (Jes. 66,10). Waarom? Was het niet juist deze stad die verstek liet gaan bij de geboorte van de Heiland (Matt. 2,3)? En was het niet juist deze stad waar Jezus om huilde toen Hij, zittend op een ezelsveulen, bejubeld werd door een uitzinnige menigte (Luc. 19,41)? En waren het juist niet de inwoners en geestelijk leiders uit deze stad die het Pilatus in z’n gezicht schreeuwden: ‘Kruisig Hem’? Jazeker, De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd (Ps. 132,13) en boven alle steden van Jakob heeft de HEER de poorten van Sion lief (Ps. 87,2). Maar hoe schrijnend is het dat juist zij de door God gezonden Messias verwerpen! De wijnboeren gooiden de geliefde zoon van de eigenaar de wijngaard uit en doodden hem (Luc. 20,13-15). De bouwers keurden de steen af die God tot hoeksteen zou maken.

Gods bewogenheid

Maar hoe diep is Jezus’ medelijden, juist met deze stad: Jeruzalem, Jeruzalem, jij die de profeten doodt en stenigt wie naar je toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild (Luc. 13,34). De straf wegens ontrouw is er ook gekomen. Al voorzegd door Jezus zelf (Luc. 21,5-6) werden Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 volledig verwoest. Maar God is trouw, zijn beloften zijn voor eeuwig (Ps. 105,8) Hij (her)bouwt de stad, door Hem verkoren. En het volk in ballingschap verloren brengt Hij er samen, heelt hun wonden, hoezeer hun harten zijn geschonden (Ps. 147:1 GK). God is vol van genade en vergeving. Hij herschept Jeruzalem in een jubelende stad en schenkt haar bevolking vreugde. Hij zal over Jeruzalem jubelen en zich verheugen over zijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord (Jes. 65,18-19). Wat een troost en bemoediging ook voor ons! Als God liefdevol vasthoudt aan het verbond met zijn volk (Ez. 37,26) en daarmee ook aan Jeruzalem en haar inwoners, mogen wij ons daarover verheugen want dan is er ook voor ons een toekomst vol van hoop.

Israëls Messias

Paulus onderwijst daarover in Rom. 11: God heeft zijn volk, dat Hij al van tevoren uitgekozen heeft, niet verstoten (2). Als ze uit genade uitgekozen zijn, dan dus niet op grond van hun daden, want in dat geval zou de genade geen genade meer zijn (6). Door hun overtreding konden de andere volken worden gered en daarop moesten zij afgunstig worden (11). Ook het volk Israël en de stad Jeruzalem worden opgeroepen hun heil bij Jezus te zoeken: Als God, toen zij afvallig werden, de wereld met zich heeft verzoend, zal Hij zeker, wanneer zij opnieuw aangenomen worden, leven schenken uit de dood (15)! Als de Israëlieten niet volharden in hun ongeloof, zullen ook zij worden geënt, want God is bij machte hen opnieuw te enten (23). Ze zijn Gods vijanden geworden door het evangelie af te wijzen, maar toch blijven ze Gods geliefden omwille van de aartsvaders, die Hij heeft uitgekozen (28). Laten we daarom bidden voor Jeruzalem en blij zijn om Gods trouw. Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen (Rom. 11,33). Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid.

Luisteren: https://bit.ly/3hKXNXK